Elke vrijdag verschijnt er een hoofdstuk van Geschetst. Kamaris' tekent al haar hele leven het verhaal van hem. De tekeningen worden steeds onheilspellender. Wie is de roodharige vrouw? Wat heeft Kamaris ermee te maken.

Hoofdstuk 5: Else van Wilgen

Geschetst Hoofdstukken

Het was onaangenaam stil in de woonkamer. Het type stilte dat op maximale volume leek te staan. Else staarde naar Kamaris’ been, Kamaris staarde naar haar hand.
‘Kamaris,’ begon Else aarzelend, ze wist niet of ze de vraag durfde te stellen. Misschien wilde ze het antwoord wel helemaal niet weten. ‘Waarom zit er bloed op je been?’ Haar dochter scheurde haar blik van haar hand los en keek Else aan met grote ogen.
‘Ik weet het niet. Echt niet.’
Hoe moest ze hier nu op reageren. Ze zag de paniek in de ogen van haar dochter.
‘Bah’ stoot ze uit. Het was immers onwijs smerig. ‘Je weet nooit van wie die vuiligheid komt.’ Eigenlijk wilde Else er verder op ingaan. Vragen wat er gebeurd was. Ze deed het niet. Wat je negeert dat is er niet. Kamaris liep naar boven. Else ijsbeerde dor de woonkamer. Ze was bang dat het ook met Kamaris gebeurde. Dat Kamaris het ook was. Else plofte in de gebroken witte stoel neer. Ze zat eventjes stil, maar stilzitten paste niet bij haar. Ze stond weer op en liep richting een grote kast. Ze ging door haar knieën en opende de kastdeurtjes van het onderste gedeelte van de kast. In het kastje stonden allemaal mappen. Ze pakte de map waarop ‘belastingaangiften’ stond en liep richting de keuken. In de keuken stond een grote eettafel, Else ging daaraan zitten. Ze legde de map neer en keek schichtig om zich heen. Ze liep lichtvoetig richting de trap en luisterde. Ze hoorde het water van de douche nog kletteren. Ze liep terug naar de eettafel en sloeg de map open.

Anders dan gesuggereerd werd door het opschrift van de map zat de map vol foto’s. Op de foto was Else te zien, een stuk jonger dan nu, samen met een andere vrouw van haar leeftijd. Er verscheen een minieme, met pijn en verdriet doordrenkte, glimlach op het gezicht van Else. Die foto was van haar met, destijds, haar beste vriendin. Ze hadden samen op school gezeten en waren vriendinnen gebleven. Met haar had ze uren gekletst over haar eerste dates met haar huidige man en tegen haar had ze gezeurd toen hij hun eerste jubileum – een maand – vergat. Ze had geluisterd toen zij wat kreeg met die rare jongen. Ze had tegen haar gezegd dat die jongen niks was. Gerben was zijn naam. Hij zat bij een raar soort groep. Hield er een bizar geloof op na. Vanaf het moment dat haar vriendin wat met Gerben kreeg was ze raar gaan doen. Tuurlijk, Else had altijd wel geweten dat zij de sterkere van de twee was geweest. Haar vriendin was veel bezig met het bovennatuurlijke, ze geloofde in geesten. Ze vertelde ook dat ze soms dingen zag. Visioenen, dromen, voorspellende tekeningen. Else had het altijd maar afgedaan als rare Afrikaanse voodoo bijgeloof. Toen kwam Gerben, hij trok haar vriendin over de streep. Hij veranderde haar van lichtelijk labiel naar gereed voor het gesticht. Ze raakte geobsedeerd door de dingen die ze zag. Raakte paranoïde. Else merkte het elke keer als ze samen waren. Haar vriendin keek altijd om zich heen. Zat altijd klaar om op te springen. Tuurlijk was ze in het begin begripvol. Ze wist dat het door die gekke vriend kwam. Ze moest het uitmaken.
‘Waarom maakte ze het niet uit?’ mompelde Else. Ze sloeg de pagina’s om en de herinneringen vlogen haar om de oren. Hoe ze samen leraren hadden uitgelachen. Toen ze een foto zag waarop ze ongeveer 16 was moest ze lachen. Ze waren met z’n tweeën naar een verkleedfeest gegaan. Else zag haar jongere zelf uitgedost als Madonna in Who’s that girl en haar vriendin stond naast haar met de gekleurde make-up van Whitney Houston in I Wanna Dance with Somebody. Een traan rolde over haar gezicht. Ze miste die tijd. Ze konden met alles bij elkaar terecht. Ze wisten precies van elkaar wanneer ze elkaar uit konden lachen en wanneer ze een schouder moesten bieden om bij uit te huilen. Toen ze drieëntwintig was had ze bij haar vriendin uit kunnen huilen omdat ze erachter kwam dat ze geen kinderen kon krijgen. Ze was ontroostbaar geweest. Haar vriendin wilde zelf geen kinderen. Else snapte dat niet, nog steeds niet. Voor haar gevoel was het krijgen van kinderen de reden dat mensen op de aarde zijn gezet. Haar vriendin wilde reizen en feesten. Totdat ze Gerben tegengekomen was. Hij veranderde haar. Eerst dacht Else dat hij een goede verandering was geweest. Hij leek het anker dat haar vriendin op een plek wist te houden. Hij bleek ook een anker te zijn. Maar hij sleurde haar mee de diepte in, waar ze niet meer kon ademhalen.

Haar telefoon ging. Else schrok van het geluid dat de stilte doorkliefde. Voor ze opnam sloeg ze de map dicht. Ze herkende het nummer dat op haar display stond. Toevallig dat ze juist nu door hen gebeld werd. Toevallig of noodlottig vroeg ze zich nog af voor ze op het groene knopje drukte.
‘Met Else van Wilgen.’ Haar stem trilde een beetje. Ze hoopte dat dit niet merkbaar was voor de persoon aan de andere kant van de lijn.
‘Goedemiddag, u spreekt met Melissa van  het PCHMH,’ Psychiatrisch centrum het heilige Maria-huis, ‘ik hoop dat ik even gelegen bel?’
‘Ik kan mij niet voorstellen dat u ooit iemand gelegen belt,’ reageerde Else zuchtend, ‘maar ik kan u nu te woord staan.’
De telefoniste negeerde haar sarcastische opmerking en ging op, een haast ongepaste, enthousiaste toon verder.
‘Het gaat om mevrouw Vermeer, ik heb erg vervelend nieuws.’
Else keek richting de map op tafel. Monique Vermeer. Haar beste vriendin. Monique had haar naam vervelend gevonden. Een zwarte Monique Vermeer is absurd, zo zei ze altijd. Else ademde diep in.
‘Heeft ze weer een terugval gehad?’ Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. De stilte duurde te lang. Er moest iets ergers gebeurd zijn.
‘Is ze….’
‘Ze is vanochtend overleden.’
Het bleef stil aan de lijn. Hoe moest ze hier op reageren. Ze was haar vriendin al jaren terug verloren.
‘Hoe.. wat is er gebeurd?’
‘Daar mogen we op dit moment helaas geen informatie over geven.’
‘Is Gerben Somers al gecontacteerd?’
‘We krijgen hem telefonisch nog niet te pakken, hij is hier vanmorgen nog geweest.’
‘Bedankt voor uw telefoontje.’ Nog voor de vrouw kan reageren hangt Else de telefoon op. Ze liep de woonkamer binnen en ging op de witleren bank zitten. Ze staarde een tijdje voor zich uit. Monique, haar vriendin, was dood. Ze kon zich nog exact herinneren hoe alles gegaan was. Het was nu ongeveer 18-19 jaar geleden dat ze opgenomen werd. Een of andere achterlijke kliniek in België. Ze ging daarheen op aandringen van Gerben. Else had het fijner gevonden als ze wat meer in de buurt was gebleven. Dan had ze vaker langs kunnen gaan. Dan had Kamaris…. Else haar gedachten werden onderbroken door gebonk op de traptreden. Kamaris leek van de trap af te rennen. Snel veegde Else de vochtige plekken onder haar ogen en op haar wangen weg. Wat haalde Kamaris in haar hoofd dat ze zo vlak voor het eten zo’n drukte maakte. Kamaris stapte de huiskamer binnen.
‘Waar ga jij naartoe?’ Doordat ze haar best deed haar stem niet te laten trillen klonk ze een stuk bozer dan ze wilde. Kamaris staarde haar aan.
‘Kamaris, waar ga je naartoe?’
‘Ik ga even naar buiten om,’ Kamaris was even stil en stond zenuwachtig op haar benen te wiebelen. Beelden van een zenuwachtige Monique schoten door Else haar hoofd.
‘Ja?’
‘Ik ga naar een vriendin, eventjes, doei mam!’
Else wilde haar naroepen, naroepen dat ze wilde dat ze bleef. In plaats daarvan bleef ze stil. Bleef ze alleen op de bank zitten. Ze liep naar de keuken met de intentie het fotoboek op te ruimen. Het fotoboek dat ze verborgen hield voor Kamaris. Toen ze weer in de keuken stond en de map op wilde pakken om hem weg te zetten, sloeg ze het toch nogmaals open. Hoe verder ze doorbladerden hoe ouder ze werden. Op de laatste paar pagina’s zwol Monique haar buik op. Monique was zwanger. Zwanger van Gerben. Else was jaloers geweest, verschrikkelijk jaloers. Waarom kreeg iemand die geen kinderen wil een kind. Waarom zij niet. Soms was ze boos. Boos als Monique bij haar thuis zat. Monique huilde vaak tijdens haar zwangerschap. Van Gerben mocht ze geen abortus plegen. Else vond ook dat ze geen abortus mocht plegen. Maar Monique was bang, bang dat ze geen goede moeder kon zijn. Geen moeder wilde zijn. Een moment in de laatste maand herinnert Else zich nog heel goed. Ze hadden samen bij haar op de bank gezeten. Ze hadden hele gesprekken over moederschap. Wat het betekent, wat het inhoud. Een klein stuk uit dat gesprek weet ze nog woord voor woord. Ze zal het nooit vergeten.
‘Else, als ik een slechte moeder word.’
‘Dat word je niet’
‘Maar als ik dat word, let jij dan op mijn kind? Zorg jij voor mijn kind?’
Else bleef stil.
‘Else, zorg jij voor mijn kind? Jij kan de moeder zijn die mijn kind verdient. Jij kan de moeder zijn die ik niet denk dat ik kan zijn.’
‘Oke’
Vlak voor de bevalling probeerde Monique zelfmoord te plegen. Ze geloofde in magie, voorspellingen. Ze was bang voor iemand. Voor een vrouw. Niemand geloofde haar, niemand steunde haar. Else had haar ook niet gesteund. Haar zelfmoordpoging was mislukt. Maar ze is toen voor haar eigen veiligheid tijdelijk opgesloten in een inrichting. Na de bevalling is ze herplaatst naar de Belgische inrichting waar ze is gestorven. Tijdelijk was veranderd in permanent. Na de bevalling was er een wees. Een meisje zonder moeder en de vader wilde niet voor haar zorgen. Else had een belofte gedaan.

Ze gaf het meisje bewust een niet-Nederlands klinkende naam. Dat zou Monique gewild hebben. Maar of ze de moeder is geworden die Monique dacht dat ze zou worden. Dat wist ze niet. Eigenlijk wist ze het wel, dat was ze niet. Ze hield van Kamaris, maar ze had nooit voor haar willen zorgen. Toen ze erachter kwam dat niet zwanger kon worden, had ze met haar man besproken dat ze geen kind wilde adopteren. Dat ze niet het kind van een ander kon opvoeden. Nu moest ze wel. Hoe erg ze het ook vond, telkens als ze Kamaris zag, dan zag ze niet wat ze had. Ze zag wat ze nooit zal kunnen krijgen.

Vind meer artikelen over
, , , , , .

Gepubliceerd op 22/08/2014 om 10:00 in Geschetst en Hoofdstukken.

Geef een reactie

Wil je reageren, log dan in met Facebook of Twitter, of vul je naam en e-mailadres in.